Naar inhoud

Print - E-mail deze pagina

U bevindt zich hier: Home / Producten / De werking van een laser

De werking van een laser

Met behulp van een laser kan men elektromagnetische golven versterken en gelijkrichten. Zo bekomt men een hoog energetische lichtstraal die selectief gebruikt kan worden om te snijden of te branden (bv. snijden in tandvlees of tong, schroeien van haarwortels om te ontharen, opwarmen van therapeutische gels, etc.).

Deze selectieve inzetbaarheid dankt de laser aan zijn specifieke golflengte (vaak te herkennen aan de kleur van het licht). Deze is voor elk type laser verschillend.

Diverse weefsels hebben een eigen absorptiespectrum voor bepaalde golflengten. De keuze van de laser moet dus aansluiten bij de behandeling die men wil uitvoeren. Zo werkt de KTP laser bijvoorbeeld met een golflengte van 532 nm. Deze heeft een hoge absorptie in hemoglobine en oxyhemoglobine en is daardoor uitermate geschikt voor kleine chirurgische applicaties met een perfecte hemostase.
Zijn type-aanduiding krijgt de laser van het medium wat gebruikt wordt om het licht te versterken. Dit medium kan een gas zijn, maar het kan ook vloeibaar of vast zijn.

Een externe energiebron stuurt elektrische of lichtenergie naar de atomen van de stof (medium) die laserstraling opwekt. Als die vervolgens fotonen uitzenden die in de juiste richting gaan lopen tussen twee spiegels, kan de intensiteit van de bundel toenemen. Dat kan omdat de aangeslagen atomen telkens fotonen meegeven met dezelfde golflengte en dezelfde fase als de passerende fotonen: de bundel wordt dan coherent genoemd.